← terug naar stukjes

De gewone Vlaming, wie dat ook moge zijn

Ik heb geprobeerd me een voorstelling te maken van de gewone Vlaming. Dat leek me niet zo moeilijk, aangezien ongeveer iedere politieke partij beweert zijn belangen te verdedigen. Je zou verwachten dat we inmiddels een behoorlijk nauwkeurige beschrijving van die mens hebben.

Het blijkt een nogal merkwaardig figuur.

N-VA: de werkende, sparende en ondernemende Vlaming

Bij de N-VA werkt hij, spaart hij en onderneemt hij. Hij neemt zijn verantwoordelijkheid, betaalt belastingen en verwacht dat de rest van de bevolking een beetje hetzelfde doet. Hij rekent vooral op zichzelf en bij voorkeur zo weinig mogelijk op de overheid.

Vlaams Belang: de échte Vlaming

Bij Vlaams Belang is vooral belangrijk dat hij Vlaming is, al hangt er aan dat Vlaming-zijn kennelijk een gebruiksaanwijzing die voor de ene Vlaming wat uitgebreider is dan voor de andere. Hij houdt van onze cultuur en vindt dat Vlaanderen weer van ons moet worden. Wie die ‘ons’ precies zijn, wordt gaandeweg duidelijk.

Vooruit: de hardwerkende Vlaming

Voor Vooruit werkt hij hard en wil hij aan het einde van de maand nog iets overhouden. Hij doet iedere dag zijn best, betaalt zijn facturen en verwacht dat ook de politiek eens aan zijn koopkracht denkt.

CD&V: de zorgzame Vlaming

Bij CD&V zorgt hij voor zijn gezin en voelt hij zich verbonden met de gemeenschap. Hij is verantwoordelijk, behulpzaam en beschikt kennelijk over een sociaal netwerk dat klaarstaat wanneer het leven tegenzit.

Anders.: de ondernemende Vlaming

Anders. ziet dan weer graag iemand die initiatief neemt, kansen benut en zich door de overheid niet voortdurend laat vertellen wat hij allemaal niet mag. Hij heeft ambitie en wil vooruit. Het helpt vermoedelijk wanneer hij ook over de middelen beschikt om die ambities te verwezenlijken.

Groen: de bewuste Vlaming

Voor Groen is de gewone burger iemand die recht heeft op een gezonde leefomgeving en een duurzame toekomst. Hij wil verantwoord leven, al verschilt de mogelijkheid om duurzame keuzes te maken nogal naargelang je een eigen woning met zonnepanelen bezit of in een slecht geïsoleerd huurappartement woont.

PVDA: de werkende Vlaming die de welvaart produceert

De PVDA herkent hem vooral in de werknemer die met zijn arbeid de welvaart produceert, maar daar volgens de partij een te klein deel van ontvangt. Hij heeft vooral een probleem met de verdeling van de opbrengsten van zijn werk.

Ik heb de indruk dat de gewone Vlaming een behoorlijk druk leven leidt, alleen al om aan al die verwachtingen te voldoen.

Wat mij vooral interesseert, is wie er op al die politieke portretten ontbreekt.

Neem een alleenstaande vrouw van 54 die jarenlang heeft gepoetst, geen eigen woning bezit en inmiddels vanwege gezondheidsproblemen niet meer kan werken. Ze heeft geen spaargeld en ook geen partner die haar financieel kan onderhouden.

Of iemand die na twintig jaar werken zijn baan verliest en op zijn 58ste ontdekt dat werkgevers aanzienlijk minder belangstelling voor hem hebben dan de overheid voor zijn activering.

Of een vrouw die jarenlang onbetaald voor haar ouders heeft gezorgd, daardoor nauwelijks pensioen heeft opgebouwd en nu zelf financiële ondersteuning nodig heeft.

En waar plaatsen we de homoseksuele Vlaming met Marokkaanse ouders die weinig verdient en economisch links is, maar over bepaalde culturele kwesties conservatieve opvattingen heeft?

Het zijn allemaal gewone burgers. Alleen voldoen ze niet bijzonder goed aan de politieke voorstelling die van hen wordt gemaakt.

Natuurlijk zijn er partijen die nadrukkelijk voor deze mensen opkomen. Vakbonden en maatschappelijke organisaties doen dat eveneens. Maar dat neemt niet weg dat ze in het politieke verhaal zelden als de vanzelfsprekende vertegenwoordigers van de samenleving worden opgevoerd.

Ze verschijnen meestal als een afzonderlijke doelgroep. Als mensen die hulp nodig hebben, die begeleid moeten worden of die een probleem vormen waarvoor beleid moet worden ontwikkeld.

En ik begin me steeds meer af te vragen wat de gevolgen daarvan zijn.

Want wanneer bepaalde groepen nauwelijks een plaats krijgen in het beeld van de gewone burger, wordt het ook gemakkelijker om hun belangen opzij te schuiven zodra er politieke keuzes moeten worden gemaakt.

Kijk naar de huidige Belgische begrotingspolitiek.

De federale regering moet besparen. Dat begrotingstekort bestaat werkelijk en er zullen keuzes gemaakt moeten worden. Alleen vind ik het opmerkelijk hoe vanzelfsprekend een aantal van die keuzes bij de maatschappelijk kwetsbaarste groepen terechtkomt.

Werklozen verliezen na verloop van tijd hun uitkering. Langdurig zieken krijgen te maken met strengere controles en herbeoordelingen. De pensioenhervorming zal volgens het Federaal Planbureau de ongelijkheid en het armoederisico onder gepensioneerden vergroten.

Op Vlaams niveau worden de dienstencheques duurder, waardoor de werkgelegenheid van huishoudhulpen verder onder druk kan komen te staan. Dat zijn voor ruim 95 procent vrouwen, van wie een aanzienlijk deel ouder is dan vijftig.

Minister Demir heeft inmiddels zelfs een taskforce opgericht om huishoudhulpen die mogelijk hun baan verliezen naar ander werk te begeleiden.

We hebben dus een systeem opgezet om vrouwen met weinig kansen op de arbeidsmarkt aan het werk te helpen. Vervolgens maken we dat systeem duurder, waardoor mogelijk banen verdwijnen, en richten we een taskforce op om die vrouwen opnieuw aan werk te helpen.

Ik weet niet wie bij de N-VA verantwoordelijk is voor de afdeling structurele oplossingen, maar ik zou graag eens een vergadering bijwonen.

En bij de federale hervormingen wordt het nog interessanter.

Want wanneer iemand zijn werkloosheidsuitkering verliest en vervolgens bij het OCMW aanklopt, is het begrotingsprobleem van de federale overheid misschien kleiner geworden. Het probleem van die persoon bestaat nog altijd.

De federale overheid compenseert een deel van de bijkomende OCMW-kosten, maar niet noodzakelijk voor altijd en niet voor iedereen in dezelfde mate. De gemeenten krijgen bovendien extra dossiers te verwerken.

Het is een bijzonder handige boekhoudkundige ingreep. Een deel van de uitgaven verschuift naar een andere begroting, terwijl de werkloze nog altijd geen werk heeft.

Bij arbeidsongeschiktheid kan iets vergelijkbaars gebeuren, al verloopt de overgang naar andere uitkeringen daar niet automatisch.

En dan hebben we het nog niet gehad over de economische gevolgen.

Mensen die nauwelijks vermogen hebben, besteden doorgaans een groot deel van hun inkomen aan hun dagelijkse levensonderhoud. Wanneer ze hun uitkering verliezen of minder ontvangen, moeten ze hun uitgaven terugschroeven.

Dat geld wordt dan ook niet meer uitgegeven bij plaatselijke ondernemingen. De overheid kan daardoor belastinginkomsten mislopen en de binnenlandse consumptie kan afnemen.

Hoe groot dat effect bij deze maatregelen zal zijn, moet worden berekend, maar het bestaat als economisch mechanisme wel degelijk.

Je kunt dus op papier besparen door iemand minder inkomen te geven, terwijl elders nieuwe kosten ontstaan en de economie koopkracht verliest.

Dat lijkt me toch iets wat je eerst grondig zou moeten onderzoeken voordat je jezelf feliciteert met een geslaagde begrotingssanering.

Maar wat mij vooral bezighoudt, is waarom het telkens zo gemakkelijk lijkt om juist bij deze mensen te besparen.

Volgens de politieke retoriek was die werkloze tot voor kort immers de hardwerkende Vlaming. De arbeidsongeschikte heeft misschien jarenlang belastingen betaald en de huishoudhulp verricht nog altijd het werk waarmee zij haar inkomen verdient.

Ze zijn niet ineens andere mensen geworden.

Alleen zijn ze op een bepaald moment opgehouden te beantwoorden aan het beeld van de burger die zichzelf kan onderhouden en zijn eigen problemen oplost.

En zodra iemand afhankelijk wordt van collectieve ondersteuning, verandert opvallend vaak ook de manier waarop over hem wordt gesproken.

Dan gaat het over de kosten die hij veroorzaakt, de inspanningen die hij moet leveren en de voorwaarden waaraan hij moet voldoen.

Iemand die dankzij een aanzienlijk vermogen helemaal niet hoeft te werken, krijgt doorgaans een andere behandeling. Zijn financiële onafhankelijkheid wordt gezien als een succes en niemand verlangt dat hij zijn maatschappelijke nuttigheid bewijst door alsnog een betaalde baan te zoeken.

Blijkbaar is niet hoeven werken vooral problematisch wanneer je geen geld hebt.

En hier zie ik een parallel met een ander politiek verschijnsel dat me al langer stoort.

De manier waarop asielzoekers en vluchtelingen verantwoordelijk worden gemaakt voor maatschappelijke problemen.

Neem de woningcrisis.

Die is ontstaan door een ingewikkeld samenspel van jarenlang woonbeleid, onvoldoende betaalbare woningbouw en een woningmarkt waarin vastgoed ook een investeringsproduct is geworden. De groei van de bevolking speelt uiteraard eveneens een rol bij de vraag naar woningen, maar verklaart lang niet alle structurele problemen.

Toch wordt de asielzoeker in het politieke debat bijzonder gemakkelijk aangewezen als een van de grote schuldigen.

Er zijn te weinig woningen? Kijk naar de asielzoekers.

De sociale voorzieningen staan onder druk? Kijk naar de vluchtelingen.

De overheid heeft onvoldoende middelen? Misschien moeten we eerst eens kijken hoeveel migratie ons kost.

Het is een bijzonder comfortabele politieke redenering, omdat je voor een ingewikkeld maatschappelijk probleem een herkenbare groep verantwoordelijk kunt stellen.

En wat hebben die mensen gemeen met de werklozen en arbeidsongeschikten bij wie zo gemakkelijk besparingen worden gezocht?

Ze beschikken over relatief weinig economische en politieke macht.

Sterker nog, veel asielzoekers hebben helemaal geen stemrecht bij de verkiezingen waarin hun aanwezigheid tot een belangrijk campagnethema wordt gemaakt.

Ze kunnen niet eens stemmen tegen de politici die hen voortdurend als oorzaak van allerlei maatschappelijke problemen opvoeren.

Dat maakt hen een bijzonder gemakkelijke politieke tegenstander.

Je kunt ze verantwoordelijk stellen voor problemen waarvan de oorzaken veel verder reiken dan hun aanwezigheid, terwijl ze nauwelijks mogelijkheden hebben om invloed uit te oefenen op de beslissingen die over hen worden genomen.

Dat betekent uiteraard niet dat migratie geen gevolgen heeft voor huisvesting of publieke voorzieningen. Die gevolgen moeten onderzocht worden. Alleen is het nogal wonderlijk om de verantwoordelijkheid voor jarenlang beleid bij mensen neer te leggen die nog maar net in het land zijn aangekomen.

De asielzoeker heeft de woningmarkt niet ingericht. Hij heeft geen beslissingen genomen over ruimtelijke ordening, de bouw van sociale woningen of de fiscale behandeling van vastgoed.

Toch mag hij zich inmiddels voor de gevolgen komen verantwoorden.

En wanneer ik dat naast de begrotingsonderhandelingen leg, zie ik een patroon.

De werkloze wordt verantwoordelijk gehouden voor de betaalbaarheid van de sociale zekerheid. De arbeidsongeschikte verschijnt als een probleem voor de uitgaven aan ziekte en invaliditeit. De vluchteling wordt voorgesteld als een belasting voor de woningmarkt en de publieke voorzieningen.

Het zijn allemaal groepen die weinig onderhandelingsmacht hebben en voor hun bestaanszekerheid in belangrijke mate afhankelijk zijn van beslissingen van anderen.

Dat maakt hen politiek bijzonder bruikbaar.

Want een partij die de woningcrisis toeschrijft aan asielzoekers, hoeft in dat verhaal veel minder aandacht te besteden aan de economische belangen die met de woningmarkt gemoeid zijn.

En een regering die de betaalbaarheid van de sociale zekerheid vooral bespreekt vanuit het aantal mensen dat een uitkering ontvangt, kan de discussie gemakkelijker voeren zonder voortdurend te moeten uitleggen waarom andere vormen van inkomen en vermogen op een bepaalde manier worden belast.

Dat zijn politieke keuzes over welke oorzaken en oplossingen zichtbaar worden gemaakt.

En de mensen die er de gevolgen van ondervinden, zijn vaak degenen die het minst in staat zijn om zich daartegen te verzetten.

Een vermogende investeerder kan dreigen zijn activiteiten naar het buitenland te verplaatsen wanneer zijn fiscale behandeling hem niet bevalt. Een onderneming kan via werkgeversorganisaties druk uitoefenen op beleidsmakers.

Een alleenstaande huishoudhulp kan moeilijk aankondigen dat ze haar arbeidskracht voortaan via een vennootschap op de Kaaimaneilanden zal aanbieden.

En een asielzoeker kan moeilijk dreigen dat hij bij de volgende verkiezingen wel op een andere partij zal stemmen.

Het politieke gewicht van mensen wordt kennelijk niet uitsluitend bepaald door het feit dat ze deel uitmaken van de samenleving. Het hangt ook af van de mogelijkheden die ze hebben om anderen gevolgen te laten ondervinden wanneer hun belangen worden genegeerd.

En dat is nogal lastig wanneer je enige bezit een rugzak is, of wanneer je wegens ziekte nauwelijks de deur uitkomt.

Wat me daarbij vooral stoort, is hoe gemakkelijk we maatschappelijke problemen tot persoonlijke tekortkomingen weten te reduceren.

Wie geen werk vindt, moet actiever zoeken. Wie arbeidsongeschikt is, moet opnieuw worden beoordeeld. Wie geen woning vindt, moet misschien eerst eens kijken wie er allemaal voor hem in de rij staat.

De structurele oorzaken van die problemen verdwijnen daarmee niet. Ze worden alleen aanzienlijk minder zichtbaar wanneer de aandacht eenmaal op de vermeende tekortkomingen van een bepaalde bevolkingsgroep is gericht.

En dat brengt me terug bij die gewone Vlaming.

Want wie is hij eigenlijk?

Misschien is het wel vooral een politiek personage dat bijzonder goed van pas komt wanneer er verkiezingen zijn. Iedereen kan hem de eigenschappen geven die het best bij zijn eigen programma passen en vervolgens beweren dat hij namens hem spreekt.

De werkelijke bevolking is ondertussen een stuk ingewikkelder. Mensen worden ziek, verliezen hun baan en hebben niet allemaal dezelfde afkomst of financiële mogelijkheden. Soms veranderen hun omstandigheden volledig zonder dat ze daar ook maar enige zeggenschap over hebben.

Toch blijven het burgers wier belangen vertegenwoordigd moeten worden.

Misschien moeten we bij de volgende verkiezingen iedere partij vragen om een foto van haar gewone Vlaming mee te brengen. Dan kunnen we eindelijk zien wie er allemaal ontbreekt.

En ik zou vooral benieuwd zijn naar de foto van de mensen bij wie de overheid het gemakkelijkst bespaart, of die in verkiezingscampagnes verantwoordelijk worden gemaakt voor problemen die ze zelf nauwelijks hebben kunnen beïnvloeden.

Want het valt me op dat de politiek bijzonder goed weet namens wie ze spreekt.

Alleen lijken degenen die de rekening krijgen opvallend weinig te zeggen te hebben.